En op zijn tijd een glaasje…

Om het strenge kloosterleven wat te verzachten en als aanmoediging voor een extra vroom gebed, was de gewoonte ontstaan kloosterlingen die gebedsdiensten voor iemand verrichtten een beloning te geven. Meestal was dat een extra drank of spijs bij de maaltijd in de vorm van wijn, koek, gember of een andere versnapering. Dit heette een pitantie.

 

Het testament van Peterken, schoonzuster van prior Hendrik van Mierlo, uit 1566 geeft een goed beeld van de wijze waarop het kartuizerklooster rond die tijd bejegend werd. Op 5 maart diende vice-pastoor van de parochie Vught-Sint-Lambertus haar de laatste sacramenten toe. Vervolgens hoorde hij haar wensen aan en stelde die op schrift. De Sint-Janskerk in ’s-Hertogenbosch en de vier ‘biddende orden’ (de franciscanen, dominicanen, karmelieten en augustijner eremieten) kregen ieder eenmalig 1 stuiver. Voor het onderhoud van de mis van het Heilig Sacrament die iedere vrijdag in de kerk van Vught-Sint-Lambertus gezongen werd, schonk ze 3 pond rente, in ruil waarvoor de dienstdoende priester voor haar zielenheil moest bidden. Nadat ze verscheidene familieleden met huisraad en ander roerend goed bedeeld had, volgde het kartuizerklooster. Iedere priester daar ontving eenmalig 12 stuiver. Een dergelijke gift was strijdig met de gelofte van armoede die alle kartuizers bij hun professie afgelegd hadden. Ze liet twee bedden met toehoren na ten behoeve van het huis aan de voorste poort van het klooster. Ze verlangde vervolgens een eeuwigdurend jaargetijde met avondwake en mis ‘tot refrigerie ende laeffenisse van haere siele’. Om alle kloosterlingen te voorzien van een pitantie op haar sterfdag schonk ze het klooster 125 gulden. De rest van haar bezittingen schonk ze aan de procurator, die haar zoon Bartholomeus van Mierlo blijkt te zijn en via wie deze gift, naar we mogen aannemen, wel in de kloosterkas gevloeid zal zijn. Jan Horckmans, de pastoor van de andere Vughtse parochie, Vught-Sint-Petrus, zou dit testament uitvoeren.

 

Anderhalve week later blies Peterken haar laatste adem uit. Op 15 maart werd ze voortaan in het klooster herdacht. We weten niet in hoeverre haar wens een pitantie te geven op de dag van haar jaargetijde gehonoreerd is. Bij haar inschrijving in het jaargetijdenregister is een stuk tekst uitgewist. Vermoedelijk heeft daar een aantekening gestaan over deze pitantie.

 

Deze ontwikkelingen binnen de orde strookten niet meer met de geest van haar stichter Bruno van Keulen. Gerardus Eligius, die driekwart eeuw later lid was van het convent, verafschuwde deze praktijken. Toen hij in zijn kroniek de eerste priors en procurators van zijn klooster als voorbeeld aanhaalde, noemde hij naast wantoestanden rondom de gasten ook deze pitanties en schilderde hij een betere toekomst voor het klooster: ‘De massa gasten blijft ver van het huis en klaplopers verafschuwen dit huis; er is soberheid in spijs en drank (moge die ooit weer herleven!); alle pitanties zijn volledig afgeschaft; ieder eet en drinkt dagelijks alleen in zijn cel en nooit, tenzij omwille van de gastvrijheid, samen met onverwachte gasten, die bovendien zo zeldzaam zijn dat men er nauwelijks één kan tellen aan tafel. Deze zuinigheid spruit niet voort uit gierigheid of hebzucht, maar uit een goddelijke deugd.’

Foto van de Lambertuskerk in Vught

Adres
Stichting Kartuizerklooster
Kasterensestraat 15
5298 NV Liempde
tel: (0411) 63 20 43
info@kartuizerklooster.nl
Winkelwagen
0 artikelen | € 0,00
»
Zoeken
»
Mijn account
»
© 2017 Stichting Kartuizerklooster
Filter